|

Namibië – Namib-woestijn

Namibië was niet onze eerste kennismaking met het Afrikaanse continent. Toen ik zwanger was van onze zoon, hebben we samen een trip door Zuid-Afrika gemaakt. De klassieke route: van Johannesburg naar Kaapstad. Als grote liefhebbers van fauna en flora, wisten we toen al dat we meer van dit continent wilden zien. Hoe leuk was het om dit enkele jaren later met onze 2 kinderen van 4 en 8 jaar oud te doen.

Namibië bestaat uit grofweg zes regio’s met elk een eigen karakter: het centrale hoogplateau rond Windhoek, de Namib-woestijn, de halfwoestijn van de Kalahari, het noordelijke savannegebied met Etosha National Park, het ruige en dunbevolkte Damaraland en Kaokoveld en de groene Caprivistrook.

Wij maakten een rondreis met Windhoek als begin- en eindpunt die ons door vier regio’s leidde: beginnend in de Namib-woestijn, via Damaraland naar het noordelijk savannegebied en eindigend in het centraal hoogplateau. Om de afstanden, die sowieso al lang zijn, behapbaar te houden voor de kinderen lieten we de ‘uitersten’ links liggen. Dus Fish River Canyon in het zuiden, Kaokoveld met de Epupa Falls in het noorden en de Caprivistrook in het oosten blijven op onze wensenlijst staan. Keuzes maken hoort erbij. De kunst is om het niet te beschouwen als iets wat je niet kan zien, maar dankbaar te zijn voor alles wat je wel kan zien. Kijk op Polarsteps voor onze exacte route.

Het eerste deel van onze reis ging door de Namib-woestijn, de oudste woestijn ter wereld. Deze woestijn loopt langs de Namibische kust, over de volledige lengte van het land. Van de grens met Angola in het noorden, tot aan de grens met Zuid-Afrika in het zuiden. Het landschap varieert enorm: van torenhoge oranjerode zandduinen tot eindeloze grindvlaktes.

De echte beleving met daktenten

Om zo dicht mogelijk bij de natuur te zijn, kozen we voor een 4×4 met twee daktenten. Veel kampeerervaring hadden we niet, dus de voorbereiding vroeg het nodige denkwerk. Maar uiteindelijk moet je het gewoon ervaren, en ook hier gold: al doende leert men. Lees hier wat wij hebben geleerd.

De hele reis, van vliegtickets tot de auto en de kampeerplaatsen, was al in oktober volledig vastgelegd. Dat is ook echt nodig, want de auto’s zijn schaars en de plekken op sommige campings zeer gewild. Dus een gouden tip: als je deze reis wilt ondernemen, begin ruim een jaar van tevoren met uitstippelen, zodat je meteen kunt boeken zodra tickets en kampeerplaatsen beschikbaar komen.

Slow start

Van Windhoek zelf hebben we niets gezien. De eerste dag ging op aan instructie van de kampeeruitrusting, de auto inruimen en organiseren, boodschappen doen en de route voor de eerste dagen uitstippelen. We waren enthousiast, maar het voelde ook als een hele nieuwe ervaring. Echt een nieuw werelddeel.

Eindelijk gingen we op pad, van Windhoek naar Sesriem, met een overnachting in Rietoog. We gunden onszelf een slow start.

Namib Sand Sea

Sesriem is de toegangspoort tot de Namib Sand Sea, het duinengebied van het Namib-Naukluft National Park dat sinds 2013 door UNESCO is benoemd tot Werelderfgoed. Vanaf hier loopt een weg van 60 kilometer het park in, op en neer prima te doen in één dag. Vroeg op pad is het advies, vanwege het mooie licht en de aangenamere temperatuur in de ochtend, maar dat liep bij ons anders. Die ochtend raasde een enorme zandstorm over de camping, die het onverantwoord maakte om op pad te gaan. Dat we in de woestijn waren, hebben we geweten. Pas aan het einde van de ochtend konden we vertrekken.

De route gaat langs de iconen van de Namib-woestijn: van de Sesriem Canyon, via Dune 45, naar het einde van de asfaltweg. Vanaf daar is het nog 5 kilometer door diep zand (alleen te rijden met een 4×4) naar Sossusvlei en Deadvlei. Ondanks dat we zelf een 4×4 hadden, namen we toch de shuttle. Terugkijkend waren we toen nog behoorlijk onervaren: na ons avontuur in Botswana kent zandrijden voor ons een stuk minder geheimen, en hadden we dit moeiteloos zelf gekund.

Sossusvlei en Deadvlei zijn geen zoutpannen, zoals vaak wordt gedacht, maar kleipannen. Ooit stroomde de Tsauchab-rivier helemaal door tot de Atlantische Oceaan, tot de opschuivende duinen de rivier de weg versperden. Het water kon niet verder, bleef hier staan, droogde uit en liet een laag klei achter die pannen zoals Sossusvlei en Deadvlei vormde. Bij Sossusvlei stroomt er nog steeds af en toe water naartoe, na zware regenval. Bij Deadvlei, een paar kilometer verderop, is dat definitief voorbij: toen de rivier hier zo’n 600 tot 900 jaar geleden voorgoed werd afgesneden, droogden de kameeldoornbomen uit en bleven ze als verkoolde skeletten achter op de gebarsten, witte kleibodem. Ze zijn nooit vergaan, simpelweg omdat het hier te droog is om te rotten.

Door de late start was de temperatuur inmiddels flink opgelopen, wat het beklimmen van de duinen en het oversteken van de pan pittig maakte, zeker voor de kinderen. Big Daddy was voor hen een maatje te groot, dus hielden we het bij Dune 45. Het hoogste punt van onze hele reis bereikten we dus niet in de auto, maar te voet, op de top van Dune 45. Iets wat onze zoon zich nog steeds goed kan herinneren!

Solitaire

De route naar de kust, brengt je langs Solitaire. Midden in de leegte van de Namib-woestijn en niet meer dan een handvol gebouwen: een tankstation, een bakkerij, een winkeltje en enkele lodges eromheen. Het was nooit echt veel meer dan dat. Het ontstond in 1948 toen een boer hier 33.000 hectare land kocht om schapen te fokken, en zijn vrouw gaf de plek de naam Solitaire, vanwege de eenzame ligging.

De appeltaart wordt in elke reisgids opgehemeld, dus die hebben wij ook op, op de veranda van Moose McGregor’s Desert Bakery. Maar meer nog dan de appeltaart is vooral het middle of nowhere-gevoel blijven hangen. In de wijde omtrek is hier niets, alleen woestijn, tot aan de horizon in elke richting.

Een reis over de maan

Door naar de kust via één lange, grijze zandweg en de Kuiseb Pass. Je kan het vergelijken met een reis over de maan. De pas voert je eerst omhoog tot het hoogste punt op zo’n 900 meter en biedt spectaculair uitzicht over de Kuiseb-rivierkloof en de omliggende gouden heuvels. Wat het bijzonder maakt: de weg daalt daarna via haarspeldbochten af, de kloof in en over de rivierbedding. Gelukkig stond de rivier droog toen wij er waren.

De Kuiseb rivier vormt al eeuwenlang een natuurlijke grens: ten zuiden ervan verandert het landschap in de duinenzee van de Namib, ten noorden wordt het geleidelijk vlakker richting de kust.

De Atlantische kust

Na 4 dagen woestijn, heel even weer in de bewoonde wereld. Bij Walvis Bay brengen we een bezoek aan Pelican Point, een smal schiereiland dat als een natuurlijke barrière tussen de rustige lagune en de open oceaan ligt, en bekendstaat om zijn kolonie van duizenden Kaapse pelsrobben. De rit over de landtong was ronduit prachtig: hordes pelsrobben op de zandbanken, flamingo’s en pelikanen. Een prachtig stukje natuur!

In Swakopmund maakten we de kinderen blij met een bezoek aan het aquarium en de lokale speeltuin. Een welkome afwisseling naar de autoritten van afgelopen dagen. En we gebruikten de voorzieningen van dit dorp voor het aanvullen van de voedselvoorraad. Want de route gaat weer landinwaarts van het ruige en dunbevolkte Damaraland naar het noordelijk savannegebied.


Nieuwsgierig naar de rest van onze reis?
Lees meer over Van Damaraland naar het noordelijk savannegebied en het Centraal hoogplateau.

Wil je zelf op pad?
Alle praktische informatie over onze route door Namibië vind je 
hier.

Vergelijkbare berichten

Eén reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *