|

Botswana – Heen en terug door het bushveld

In 2019 reisden we door Namibië. We voelden ons er als een vis in het water. Ook het kamperen bleek helemaal ons ding. Nog tijdens die reis wisten we het al: de volgende keer zou het Botswana worden. Nog een tandje rauwer. Alleen over één ding twijfelden we: de leeftijd van de kinderen. In Namibië waren ze nog jong, maar dat bleek prima te doen. Namibië is avontuurlijk, maar overzichtelijk. Botswana is van een andere orde: kampeerplekken zonder hekken en dieren die gewoon langs je tent lopen. Zijn kinderen van 5 en 9 niet te jong voor de risico’s die daarbij horen? De keuze werd voor ons gemaakt. Door onder meer corona schoof de reis een paar jaar op, en vertrokken we uiteindelijk met kinderen van 10 en 14.

Botswana bestaat uit grofweg vijf natuurlijke regio’s met elk een eigen karakter: de uitgestrekte Kalahari die het grootste deel van het land beslaat, de eindeloze zoutpannen van Makgadikgadi, de Okavango Delta, het wildrijke noorden rond Chobe en het bushveld van het Tuli Block in het uiterste oosten, dat aan de overkant van de Limpopo rivier doorloopt in Zuid-Afrika.

Wij maakten een rondreis die ons door vier van deze vijf regio’s leidde. Alleen de Kalahari lieten we links liggen, die is een reis op zich. Omdat Johannesburg ons begin- en eindpunt was, voegden we er nog een flinke dosis Zuid-Afrikaans bushveld aan toe. Een route vol uitersten: van bushveld naar zoutpan en van zoutpan naar waterwereld. En bijna overal wemelde het van de wilde dieren, meer dan in Namibië. Kijk op Polarsteps voor onze exacte route.

Al doende geleerd

Ook deze keer kozen we voor een 4×4 met twee daktenten. Maar waar we in Namibië nog volop aan het uitvinden waren, wisten we nu precies wat we nodig hadden en hoe we de auto wilden inrichten. De instructie bij het ophalen voelde als een herhaling, en binnen een paar uur waren we op weg. Wil je weten wat we in Namibië leerden en wat we deze keer anders deden? Lees het hier.

Net als bij Namibië geldt ook hier: wie de mooiste kampeerplekken wil, moet er vroeg bij zijn. Deze keer waren we zelf iets aan de late kant. We boekten alles pas in november en dat hebben we gemerkt. Rond de Okavango Delta moesten we flink puzzelen om nog een plek te vinden, en in het Tuli Block was onze voorkeurslocatie al vol. Dus ook hier een gouden tip: begin op tijd! Het liefst ruim een jaar van tevoren, zodat je meteen kunt boeken zodra tickets en kampeerplaatsen beschikbaar komen.

Samen aan de slag

Wat wel anders was: de kinderen waren oud genoeg om echt mee te helpen. Vanaf dag één maakten we duidelijk dat er een hoop komt kijken bij zo’n reis: het kamp opzetten en afbreken, op tijd uit bed, koken, afwassen. In Namibië lag dat nog grotendeels op onze schouders, nu verdeelden we de taken vanaf het begin. Daardoor werd het, meer dan ooit, een reis van ons sámen.

Waarom via Zuid-Afrika?

De aanleiding was eigenlijk heel praktisch. Vliegen naar Gaborone of Maun is duur, tickets naar Johannesburg zijn een stuk voordeliger. En vanuit Johannesburg ben je binnen een paar uur in het bushveld, en na een dag of twee in Botswana. Zo werd een voordelige omweg een waardevolle aanvulling op onze reis. Het bushveld is namelijk veel meer dan een doorgangsgebied: het is een bestemming op zich, met parken en wildlife.

Het woord bushveld komt uit het Afrikaans, “bosveld”, en dat zegt precies wat het is: een landschap van gras en bos door elkaar. Het beslaat een groot deel van het noorden en noordoosten van Zuid-Afrika en loopt door tot in Botswana en Zimbabwe. In de droge wintermaanden, toen wij er waren, kleurt het landschap goudbruin en trekken de dieren naar het water, wat ze een stuk makkelijker te spotten maakt. Het bushveld kent een aantal mooie plekken die je makkelijk combineert met een reis langs de bekendere hoogtepunten van Botswana. Dit waren onze stops:

Marakele National Park

Johannesburg ligt hoog, op zo’n 1.750 meter. Vanaf daar daal je af naar het lagergelegen bushveld. In de provincie Limpopo, op zo’n vier uur rijden van Johannesburg, ligt Marakele National Park. Het park ligt midden in de Waterberg: een ruig bergmassief, niet te verwarren met het Waterberg-plateau in Namibië, dat we op onze vorige reis beklommen. Wij sliepen hier op de heenweg naar Botswana. Een ideale plek om weer in het ritme te komen en ons klaar te maken voor het échte werk.

Het hoogtepunt, letterlijk, is Lenong Viewpoint. Een smalle, steile weg slingert omhoog naar de top, waar op de kliffen een van de grootste kolonies Kaapse gieren ter wereld broedt; die gieren zagen we ook al in Namibië. Vanaf boven kijk je ver uit over het bushveld. Onderweg kwamen we neushoorns, zebra’s en giraffen tegen. Op de camping kreeg onze dochter nog een aanvaring met een struisvogel. Meteen een wake-upcall: straks in Botswana zou alertheid geboden zijn.

Tuli Block

Een ander prachtig stukje bushveld is het Tuli Block, in het uiterste oosten van Botswana. Voor ons was dit de laatste stop in Botswana, voordat we de grens weer over gingen naar Zuid-Afrika. Het Tuli Block is een langgerekte lappendeken van privéreservaten. Het idee was om hier ooit een spoorlijn aan te leggen, maar die kwam er nooit. Daarom werd de grond verkocht als boerderijen, die later grotendeels zijn samengevoegd tot reservaten. Er komen relatief weinig toeristen, wat het gebied rustig en ongerept maakt. Naast veel olifanten vind je er leeuwen, luipaarden, cheetahs, zebra’s, giraffen en elanden, en het is een paradijs voor vogelaars.

Door het Tuli Block loopt één grindweg, waarover je van het ene naar het andere stuk land rijdt. Omdat de rest privéterrein is, kun je als zelfrijder maar zeer beperkt rondrijden. De meeste dieren zitten in het noordelijke uiteinde van het Tuli Block, en daarom wilden we kamperen in het nabijgelegen Molema Bush Camp. Maar dat zat vol. Bovendien mag je in dat deel niet zelf rijden: je gaat er alleen op pad met een gids, te voet of in een 4×4. Onze plek in Limpopo River Lodge Game Reserve bleek dan ook een meer dan prima alternatief: prachtig gelegen aan de Limpopo, en met zo’n 120 vierkante kilometer aan zandwegen om zelf te verkennen. Zo gingen we op eigen ontdekkingstocht door dit stukje privéreservaat. Olifanten zagen we volop, en het viel op dat ze hier minder gewend zijn aan mensen dan in de bekende parken.

Mapungubwe National Park

Grenzend aan het Tuli Block, maar dan aan de Zuid-Afrikaanse kant van de Limpopo rivier, ligt Mapungubwe. Het is een relatief jong park, dat bestaat uit twee delen, gescheiden door privégrond. Voor ons was het een korte stop van één nacht, op doorreis naar Kruger. Toch de moeite waard: vanaf de uitkijkplatforms van het Confluence Viewpoint, boven op een heuvel, kijk je prachtig uit over de Limpopo en de plek waar Zuid-Afrika, Botswana en Zimbabwe samenkomen. ’s Avonds gingen we voor het eerst op nachtsafari. Rond het kamp zitten volop leeuwen, en die hoopten we te zien. Met een enorme lamp reden we in het pikdonker rond, op zoek naar oplichtende ogen. We leerden dat veel ogen bij elkaar meestal antilopes zijn, dat katachtigen groene ogen hebben die knipperen, en dat leeuwen oranje ogen hebben. De leeuwen lieten zich helaas niet zien, maar we spotten wel meerdere servals en een lepelhond. En de leeuwen die we niet zagen, hoorden we die nacht wel: een enorme commotie in het open veld achter de camping. Kippenvel!

Kruger National Park

Kruger is het bekendste wildpark van Zuid-Afrika, en misschien wel van heel Afrika. Jaren geleden waren we er al eens, toen ik zwanger was van onze zoon. Deze keer wilden we dit icoon ook aan de kinderen laten zien, en tegelijk het contrast voelen met de puurheid van Botswana. Want waar je in Botswana door diep zand rijdt en dieren langs je tent lopen, is Kruger een stuk georganiseerder: verharde wegen, omheinde kampen en meer bezoekers. We reden van noord naar zuid, van Punda Maria naar Letaba. De kers op de taart kwam op onze laatste dag: luipaarden!

Panorama Route

De snelste weg van Kruger naar Johannesburg is de snelweg via Nelspruit. Maar wie tijd heeft, kiest voor de Panorama Route, langs de steile rand van de Drakensberg. Wij deden een stukje: vanuit Kruger, via Hazyview naar Graskop en God’s Window. Vanaf dit spectaculaire uitzichtpunt keken we honderden meters naar beneden, over het bushveld waar we net vandaan kwamen. Voor ons een mooi afscheid. Via het oude goudzoekersdorp Pilgrim’s Rest reden we daarna door naar Dullstroom, voor onze laatste nacht.

Wie meer tijd heeft, kan de volledige route rijden. Vanaf God’s Window gaat die verder naar het noorden, langs watervallen als Lisbon Falls en Berlin Falls, de Bourke’s Luck Potholes en de Blyde River Canyon, een van de grootste kloven ter wereld. Via Ohrigstad en Lydenburg kom je dan alsnog in Dullstroom uit. Reken voor de hele route, met alle stops, wel op een volle dag.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *